Reglement erkenning d.d. 17-06-2017

Reglement voor erkenning van nieuwe creaties van hoenders en dwerghoenders

Erkenning

Artikel 1
Erkenning van een nieuw ras, een nieuwe kleurslag of een nieuwe variëteit, is mogelijk bij inzending op de bondstentoonstelling van Kleindier Liefhebbers Nederland (hierna te noemen KLN) als het gaat om rassen, tekeningpatronen, kleuren of variëteiten die nog niet in de KLN-standaard voor hoenders en dwerghoenders beschreven zijn.
Tekeningpatronen, kleuren of variëteiten die al in de Nederlandse standaard zijn beschreven, maar nog niet bij een specifiek ras uit de standaard erkend zijn, kunnen op voordacht van de speciaalclub worden opgenomen middels een verkorte procedure (papieren erkenning).

Doel van het reglement

Artikel 2
Het vastleggen van de werkwijze om een juiste afweging te maken ten aanzien van het erkennen van een niet in de KLN hoender- en dwerghoenderstandaard (hierna te noemen Nederlandse standaard)
voorkomend ras of een kleurslag of variëteit binnen een bestaand ras, of een combinatie van beide. Door deze werkwijze te volgen, wordt een grotere betrokkenheid van speciaalclubs beoogd.
Een niet in de Nederlandse standaard beschreven ras, kleurslag of variëteit kan, mits al erkend in een bij de Europese Entente aangesloten land, in één jaar na een positief oordeel van de standaardcommissie voor hoenders en dwerghoenders (hierna te noemen standaardcommissie) erkend worden. Een al in de Nederlandse standaard beschreven combinatie van een ras, kleurslag of variëteit kan op voordacht middels een onderbouwd en aantoonbaar overleg door een speciaalclub aangevraagd worden voor directe erkenning bij de standaardcommissie. De standaardcommissie toetst de aanvraag en kan deze opnemen in de Nederlandse standaard. Tekeningpatronen, kleuren of variëteiten die al in de Nederlandse standaard zijn beschreven, maar nog niet bij een specifiek ras uit de Nederlandse standaard erkend zijn, kunnen op voordacht van de een speciaalclub worden opgenomen middels een verkorte procedure (papieren erkenning).

Definities

Artikel 3
Deelnemer aan de erkenningsprocedure: een fokker/liefhebber van een ras, kleurslag of variëteit, die lid is van KLN.

Onderscheid wordt gemaakt in kennismaking, erkenning en verkorte procedure:
A. Rassen, kleurslagen en/of nieuwe variëteiten binnen een ras, die ter
kennismaking worden ingezonden. Dit betreft:
- nieuwe rassen, dat wil zeggen rassen, die niet in een bij de Europese
Entente aangesloten land zijn erkend;
- nieuwe kleurslagen, dat wil zeggen kleurslagen, die niet in de Nederlandse standaard of in de standaard van een bij de Europese Entente aangesloten land zijn opgenomen;
- nieuwe variëteiten; dat wil zeggen nieuwe variëteiten binnen een ras;
- kleurslagen of variëteiten, die volgens een speciaalclub niet voor erkenning in aanmerking komen;
- rassen en/of kleurslagen en variëteiten, die twee keer in de erkenningprocedure zijn afgewezen.
B. Rassen, kleurslagen en/of nieuwe variëteiten binnen een ras, die ter erkenning worden ingezonden. Dit betreft:
- rassen, kleurslagen en/of variëteiten, waarvan de
standaardcommissie in de kennismakingsfase heeft aangegeven dat ze ter erkenning kunnen worden ingezonden;
- rassen, kleurslagen en/of variëteiten, die in een ander bij de Europese
Entente aangesloten land zijn erkend maar nog niet in de
Nederlandse standaard zijn beschreven;
- kleurslagen en/of variëteiten waarvan een speciaalclub heeft gezegd dat ze voor erkenning in aanmerking komen maar nog niet in de Nederlandse standaard zijn beschreven;
- kleurslagen, van in de Nederlandse standaard opgenomen rassen, waarvoor geen speciaalclub bestaat, maar waarvan de kleurbeschrijving in onze standaard is opgenomen.
C. Tekeningpatronen en/of kleuren en/of variëteiten die al in de Nederlandse standaard zijn beschreven, maar nog niet bij een specifiek ras uit de standaard erkend zijn, kunnen op voordracht van de speciaalclub worden opgenomen middels een verkorte procedure (papieren erkenning).

Naam van het ras of kleurslag

Artikel 4
Deze dient in het Nederlands te worden weergegeven. Bij in het buitenland erkende rassen wordt de buitenlandse naam overgenomen of wordt de naam omgezet in een vergelijkbare Nederlandse naam.
Gebied

Artikel 5
Deze procedure is van toepassing vanaf het moment dat de fokker/liefhebber een ras, kleurslag of variëteit aanmeldt bij de speciaalclub en/of de standaardcommissie tot het eindoordeel van de standaardcommissie.

Voorwaarden voor deelname

Artikel 6
Van het aantal ter kennisname of ter erkenning ingezonden dieren mag maximaal 50% een buitenlandse voetring dragen. Deze buitenlandse ring dient afkomstig te zijn van een bij de Europese Entente aangesloten organisatie. In de kennismakingsfase is het toegestaan alleen jonge dieren in te zenden.

Vooraanmelding

Artikel 7
De fokker/inzender, die voornemens is een ras, kleurslag of variëteit ter kennisname of ter erkenning te brengen, dient een zo volledig mogelijke beschrijving van ras, kleurslag of variëteit aan het bestuur van de speciaalclub of aan de secretaris van de standaardcommissie toe te sturen.

Artikel 8
De fokker/inzender van een ras waarvan een speciaalclub bestaat, meldt vóór 1 januari, voorafgaande aan het tentoonstellingsseizoen waarin de erkenningprocedure wordt doorlopen, zijn voornemen een nieuwe kleurslag of variëteit van het ras te laten zien aan het bestuur van de speciaalclub.

Artikel 9
Als de speciaalclub hiermee instemt, meldt het bestuur van de speciaalclub dit vóór 1 maart van het tentoonstellingsseizoen waarin de erkenningprocedure wordt doorlopen aan de secretaris van de standaardcommissie. Wanneer de speciaalclub het idee van de fokker/inzender afwijst, kan deze zelf de secretaris van de standaardcommissie over zijn voornemen informeren. Dit geldt ook voor fokkers/inzenders van een ras waarvan geen speciaalclub bestaat.

Artikel 10
In maart van dat jaar worden alle aanmeldingen (inclusief de verkorte procedure) van nieuwe rassen, kleurslagen en variëteiten besproken in de Europese standaardcommissie.
Voor nieuwe kleurslagen of variëteiten binnen rassen van Europese oorsprong weegt de mening van het land van oorsprong zwaar bij het nemen van het besluit over het acceptabel zijn van deze creatie.
Voor de Nederlandse rassen geeft de Nederlandse standaardcommissie dit aan, na ruggenspraak met de betreffende speciaalclub.
Indien de Entente bezwaar heeft tegen een erkenning van het tekeningpatroon, de kleurslag, variëteit of dwergvorm, kan niet tot erkenning worden overgegaan. Na ontvangst van het Ententebesluit, stuurt de secretaris van de standaardcommissie aan degene, die de aanmelding heeft gedaan, bericht of de Europese standaardcommissie al dan niet bezwaar maakt tegen het voornemen van de nieuwe creatie.

Werkwijze

Artikel 11
Gericht op inzending op de Bondstentoonstelling toont de fokker/inzender, in het tentoonstellingsseizoen waarin de erkenningprocedure wordt doorlopen, een aantal dieren van de nieuwe kleurslag of variëteit tijdens een bijeenkomst van de betreffende speciaalclub (een alternatief kan zijn de clubshow, een clubdag, districtshow, jongdierendag). De collectie moet bestaan uit zowel jonge als oude dieren, verdeeld over beide geslachten.

Artikel 12
Voor de verkorte procedure toetst de speciaalclub, als het gaat om rassen met een Nederlandse oorsprong, met haar leden of opname van de nieuwe kleurslag of variëteit gewenst is en voldoende kwaliteit en draagvlak heeft voor opname in de Nederlandse standaard. Gaat het om niet Nederlandse rassen, dan toets de speciaalclub tevens het oordeel van het land van oorsprong of van zusterverenigingen als het gaat om een ras met de oorsprong buiten de EE.

Artikel 13
Het bestuur van de speciaalclub oordeelt over de nieuwe kleurslag of variëteit en geeft één maand voor sluiting van de inschrijftermijn van de bondstentoonstelling - in het tentoonstellingsseizoen waarin de erkenning zal plaatsvinden - haar bevindingen door aan de fokker en aan de
standaardcommissie.

Artikel 14
Voor de verkorte procedure geldt dat de speciaalclub uiterlijk 1 november, voorafgaande aan het jaar waarin de beoogde erkenning van kracht zal worden, haar argumentatie voor de aangevraagde erkenning aan de
standaardcommissie afgeeft. Deze argumentatie is schriftelijk en bevat tenminste inzicht over de grondslag waarop de aanvraag gebaseerd is en de wijze waarop de mening van de leden, het eventuele land van oorsprong en de zusterverenigingen geraadpleegd zijn.

Artikel 15
Als het advies van de speciaalclub positief is en van de zijde van de Europese Entente geen bezwaar is aangetekend, kan de fokker de dieren inzenden op de bondstentoonstelling. Als het advies van de speciaalclub negatief is, mag de fokker toch inzenden op de bondstentoonstelling, mits de Europese Entente instemt met deze kleurslag of variëteit, in de kennismakingsklasse maar bij de besluitvorming weegt het advies van de speciaalclub zwaar bij de uiteindelijke beslissing.

Artikel 16
Fokkers van rassen waarvoor geen speciaalclub bestaat, kunnen na positief advies van de secretaris van de standaardcommissie de dieren inzenden op de bondstentoonstelling.

Artikel 17
In rassen waarbij meerdere variëteiten erkend zijn, volstaat bij het laten erkennen van een nieuwe kleurslag het insturen van één variëteit.

Beoordeling dieren en afhandeling beoordeling

Artikel 18
Het ras, de kleurslag of variëteit welke op de bondstentoonstelling ter kennisname of voor erkenning zijn ingestuurd worden door twee leden van de standaardcommissie beoordeeld.

Artikel 19
De ter kennismaking ingezonden rassen, kleurslagen en/of variëteiten worden door de standaardcommissie niet op de gebruikelijke wijze beoordeeld. De standaardcommissie bekijkt alleen of dit ras, kleurslag en/of variëteit de volgende keer ter erkenning kan worden ingezonden. In deze fase kan worden volstaan met het inzenden van vier jonge dieren, waarbij beide geslachten moeten zijn vertegenwoordigd; oude dieren zijn toegestaan.

Artikel 20
De ter erkenning ingezonden collectie moet bestaan uit jonge en oude dieren, verdeeld over beide geslachten. Om tot erkenning over te gaan, moeten minimaal twee oude dieren het predicaat "G" met 92 punten hebben behaald en twee jonge dieren het predicaat ZG met 93 punten. Bij deze dieren
zijn minstens één man oud, één man jong, één vrouw oud en één vrouw jong. De standaardcommissie heeft het recht om het bestuur van KLN te adviseren het ras, de kleurslag of variëteit af te wijzen. Het criterium hiervoor is dat de ingezonden dieren niet voldoen aan de gestelde raskenmerken of dat de collectie niet compleet is.

Artikel 21
Alle erkenningen gaan direct in na publicatie van het betreffende besluit met de betreffende standaardtekst.

Beëindiging procedure

Artikel 22
De erkenningsprocedure wordt beëindigd door:
- het erkennen van een ras, kleurslag of variëteit door het bestuur van KLN
(kennisgeving van dit besluit aan inzender(s) en/of speciaalclub uiterlijk
1 maand na beoordeling op de bondstentoonstelling);
- het schriftelijk intrekken van het verzoek tot erkenning;
- het tot twee keer achtereen niet erkennen van een ras, kleurslag of variëteit door de standaardcommissie;
- het twee keer achtereen niet verschijnen in de erkenningprocedure van een ras, kleurslag of variëteit op de bondstentoonstelling.

Geschil of bezwaar

Artikel 23
De fokker/inzender, die het niet eens is met de werkwijze van de speciaalclub en/of de standaardcommissie, kan dit schriftelijk melden aan de portefeuillehouder standaardaangelegenheden van het bestuur van KLN. Het bestuur van KLN zal de klacht behandelen en daarbij woord en wederwoord van zowel de fokker, de speciaalclub als de standaardcommissie laten gelden. Het bestuur van KLN zal binnen 6 weken na behandeling van de klacht schriftelijk bericht geven aan de fokker, de speciaalclub en de standaard- commissie.

Toetsing van het ras, kleurslag of variëteit

Artikel 24
In sommige gevallen vindt de standaardcommissie het niet wenselijk tot erkenning over te gaan, bijvoorbeeld wanneer een ras of een kleurslag binnen een ras teveel gelijkenis vertoont met een al bestaand erkend ras. Een duidelijke richtlijn hierbij is dat het nieuwe ras of kleurslag binnen een ras op minstens drie kenmerken duidelijk moet afwijken van andere, al erkende rassen of soorten. De commissie adviseert als er geen drie afwijkende kenmerken zijn het bestuur van KLN om niet tot erkenning over te gaan.

Beëindiging van een erkenning

Artikel 25
Erkende rassen en erkende kleurslagen en variëteiten in rassen, die gedurende een periode van vijf jaar niet worden geëxposeerd op tentoonstellingen, kunnen op advies van de commissie afgevoerd worden van de lijst van erkende rassen en kleurslagen. In dat geval zal een voorstel verstuurd worden naar de betreffende speciaalclubs en naar het bondsblad waarna de fokkers c.q speciaalclubs twee maanden in de gelegenheid worden gesteld om te reageren. Bij geen reactie zal het voorstel uitgevoerd worden. In het geval er wel een reactie ontvangen wordt, zal de standaardcommissie haar voorstel heroverwegen. Basisprincipe hierbij is dat als het betreffende ras en/of variëteit nog aantoonbaar in ons land aanwezig is, erkenning gehandhaafd blijft.

Adviezen

Artikel 26
Met betrekking tot eventuele uitbreiding van kleurslagen binnen de Nederlandse rassen heeft de standaardcommissie een advieslijst uitgegeven. Het vragen van informatie vooraf is dus wenselijk.

Op het inschrijfformulier voor de bondstentoonstelling moet duidelijk worden aangegeven dat de inschrijving is bestemd voor de afdeling “creaties”. Dit om te voorkomen dat de dieren in de open klasse worden ondergebracht.

Dit reglement, waarvan de vorige versie was vastgesteld in de algemene ledenvergadering van KLN op 27 juni 2009 is vastgesteld op 17 juni 2017 en is per deze datum in werking getreden.

Reglementen Kleindier Liefhebbers Nederland – versie 17 juni 2017

N.B. deze tekst is omgezet van de .pdf tekst van de Kleindierliefhebbers site naar WORD, mochten hier onvolkomenheden in zitten geldt natuurlijk de .pdf versie van de Kleindierliefhebbers!